Forever YOUNG

Forever YOUNG

10.02.2018-02.09.2018

Het uitgangspunt van Forever YOUNG is identiteit. De tentoonstelling ontrafelt dit boeiende thema op twee manieren: enerzijds door een historische focus op identiteit en genderstereotypering bij kinderen in de negentiende en vroegtwintigste eeuw, anderzijds door een verkenning van jeugd en jeugdigheid in de hedendaagse mode. De tentoonstelling brengt geen chronologisch overzicht van kinderkleding, noch een schets van de mode eigen aan adolescente subculturen of bewegingen, maar laat je nader kennismaken met
het fenomeen identiteit aan de hand van vijf verschillende thema’s:


Thema 1 Identiteit
Thema 2 Eeuwige jeugd
Thema 3 Youthquake
Thema 4 Alice in Wonderland
Thema 5 Mini-me


Vandaag wordt de klassieke opdeling tussen jongen en meisje steeds meer in vraag gesteld. Het hokjesdenken waarbij een strikt onderscheid gemaakt wordt tussen eigenschappen die inherent zijn aan jongens en mannen enerzijds en meisjes en vrouwen anderzijds is niet langer houdbaar. De mode is het domein bij uitstek waar dit zich manifesteert. De meeste retailers en winkels mogen dan wel vasthouden aan de klassieke opdeling vanuit commercieel standpunt, toch worden de grenzen tussen jongens- en  meisjeskleding, tussen mannen- en vrouwenmode steeds meer overschreden. Het lijkt erop dat het scala geleidelijk aan kleur-rijker wordt. High-endmodeplatformen en -winkels zoals Net-à-Porter verkopen
designerkleding die ‘genderloos’ is. Het Zweedse Acne Studios introduceerde in 2017 de bijzonder populaire lijn ‘blå konst’, die zowel voor mannen als vrouwen bestemd is. Grote winkelketens volgen. Schoolvoorbeeld is het Nederlandse HEMA, dat sinds eind 2017 geen aparte kleding meer verkoopt voor jongens en meisjes, maar alles verenigt onder de noemer ‘kinderkleding’.


Steeds meer bekende gezichten bepleiten een meer open houding naar gender. Zo trad Belgisch topmodel Hanne Gaby Odiele begin 2016 naar voren als interseks en kaartte de problematiek hierrond
aan. Dit is niet nieuw, maar speelt wel een belangrijke rol in het in vraag stellen van traditionele patronen, zeker in een door sociale media geregeerde wereld.


De nostalgische voorliefde voor jeugd en jeugdigheid wordt in Forever YOUNG ontrafeld aan de hand van hedendaagse mode en fotografie. “Youth is Wasted on the Young”, stelde de Ierse dramaturg George Bernhard Shaw (1856-1950). Jeugdigheid is slechts een kortstondig moment in een mensenleven, maar toch blijven we er eeuwig naar op zoek. Mode is het middel bij uitstek om dit verlangen vorm te geven. Denk hierbij ook aan een extreem jeugdig silhouet, bestaande uit een recht, slank en amorf figuur, een rimpelloos, strak gezicht dat geen sporen van leeftijd verraadt. Modecoryfeeën Iris Apfel en Kate Moss lijken nooit oud te worden.


Youthquake is hét modewoord vandaag. Het werd zelfs uitgeroepen tot Brits woord van het jaar 2017. Niet toevallig. De wereld is aan de jeugd, die allesbepalend is voor het succes van bepaalde labels en modestijlen.
Meer zelfs: de jeugd dicteert. Het DNA van bepaalde ontwerpers zoals Raf Simons en Hedi Slimane is volledig opgebouwd rond die jeugd. Ook in het verleden stonden bepaalde periodes in het teken van jeugdigheid, denk maar aan de Roaring Twenties en de Swinging Sixties.


De kinderwereld is een dankbare inspiratiebron voor ontwerpers. Daarvan getuigen catwalkcollecties van grote huizen zoals Gucci, Moschino, Viktor & Rolf en Walter Van Beirendonck. Deze assimilatie gaat van de
rechtstreekse integratie van lieflijke kinderprints tot diepgaander symbolisch gebruik.


Tot slot zijn kinderen ook een interessante marketingtool, niet enkel als consument, maar ook en  voornamelijk voor het verleiden van hun ouders, vaak modebewuste millennials. Mini-memode boomt en modehuizen lanceren kindercollecties naast hun volwassenenlijnen. Kinderen en jongeren duiken op in reclamecampagnes en op sociale media. Ze krijgen een mode-identiteit toegewezen nog voor ze het goed en
wel beseffen. Hashtag.


Dit verhaal wordt in de expo Forever YOUNG geïllustreerd aan de hand van bijzondere kledingstukken, zowel historisch als hedendaags, en inspirerende modefotografie. De scenografie werd uitgedacht door Charlotte Debussche en het grafisch werk is van Tim Peters. We nodigen je graag uit om je te laten onderdompelen in de totaalbeleving van Alice in Wonderland.

Identiteit

Vandaag is de markt voor kinderkleding gigantisch. Van baby, peuter tot kleuter en jongeling: voor elke leeftijd is er een groot aanbod in verschillende segmenten van de mode. Kinderkleding is een industrie op zich die exponentieel blijft groeien. Dit was echter niet altijd zo. Vóór de negentiende eeuw droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen, met uitzondering van enkele lichte (praktische) aanpassingen. Ze werden nog niet als individu beschouwd, maar ze moesten in een strak (fysiek en mentaal) keurslijf het voorbeeld van hun ouders volgen. De kleding was erg beperkend en bemoeilijkte beweging. De gegoede klasse schakelde haar ‘mini-me’s’ of ‘miniatuurvolwassenen’ in als uithangbord van haar welvaart, door hen te kleden volgens de laatste en meest modieuze modes. Er was geen kinderkledingindustrie zoals we die vandaag kennen. De kledij voor kinderen was afgeleid van die van volwassenen. Pas vanaf de 20ste eeuw werd de kinderlijke eigenheid en levensstijl vertaald in aangepaste – lees: lichtere en praktische – kleding.

Filosofen zoals John Locke (1632-1704) en later de niet onbesproken Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) bekommerden zich om het welzijn van het kind, en ijverden voor een individualisering en herpositionering. Kinderen moesten vrijer kunnen leven, zich op natuurlijke wijze kunnen ontwikkelen, en aangepaste kledij was noodzakelijk. Deze hang naar bewegingsvrijheid is echter geen geïsoleerd fenomeen dat enkel gold voor kinderen. Het mag ironisch lijken in het licht van de bovenvermelde emancipatie van het kind, maar ook deze tendens is niet los te zien van die van de volwassenen. Rond 1800 gingen vrouwen zich onder invloed van datzelfde verlichtingsdenken en van de Grieks-Romeinse revival hullen in loszittende jurken in vloeiende en transparante stoffen. Zowel meisjes als jongens werden gekleed in vergelijkbare empirejurkjes.

In deze periode ontstond ook het kind als consument. Speelgoed werd industrieel geproduceerd en verkocht in speciale speelgoedwinkels. Het is duidelijk dat het kind steeds meer een eigen plaats kreeg in de maatschappij met een eigen kamer, specifieke kinderkleding, speelgoed etc. Uiteraard was dit in eerste instantie voorbehouden voor de hogere klasse, die hiervoor de financiële middelen had. Deze nieuwe doelgroep bood tegelijk nieuwe perspectieven voor de mode-industrie die dan ook alles in het werk zette om deze consumentjes te bereiken. Zo liet ze niet na om vanaf 1860 kinderkleding afzonderlijk te beschrijven en promoten in modetijdschriften.

Tot de leeftijd van twee à drie jaar was het geslacht niet af te lezen van de kledij. Zowel jongens als meisjes droegen zonder onderscheid witte jurkjes in makkelijk wasbare en te bleken stoffen. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat kinderen zich in hun eerste levensjaren voornamelijk in de vrouwelijke sfeer bevonden, onder de vleugels van hun moeder. Daarnaast was het dragen van een jurk ook praktisch, zowel voor jongens als meisjes. Gaandeweg veranderde dit en trad differentiatie op onder invloed van factoren zoals leeftijd, maturiteit, geografie en tijdsgeest.

In de tentoonstelling volgen we de evolutie van jongens- en meisjeskleding vanaf eind 18de eeuw tot begin twintigste eeuw. Ze wordt getoond in dialoog met de volwassenenversie om te illustreren op welke manier die ontwikkeling gelijkloopt of net verschilt van die hun ouders.

JONGENS

Een symbolisch overgangsritueel in het leven van een jongen was wanneer hij kniebroeken begon te dragen, breeching genaamd in het Engels. Dit was een belangrijk stadium in een jongensleven, omdat dit het begin was van het transitieproces van jongen naar man. Het precieze moment hing af van verschillende factoren: leeftijd, maturiteit, geografie, tijd, grootte enz.

Begin 19de eeuw wisselden jongens van een jaar of drie hun jurk in voor een soort pakje, het skeleton suit. Dit was een kostuum uit één stuk, dat nauw aansloot bij het lichaam en gedragen werd tot de leeftijd van zes jaar. Het werd geïntroduceerd rond 1770. In de tentoonstelling is een mooi voorbeeld hiervan te zien dat gebruikleend is bij het V&A in Londen.

Rond 1820 werd het skeleton suit voor drie-tot zesjarigen geleidelijk aan vervangen door een tuniek met daaronder een lange broek. Ook meisjes droegen dit soort ensembles soms om praktische redenen. Dit is bijzonder, aangezien de broek in die tijd uitsluitend tot de mannenwereld behoorde.

In 1860 werd de zogenaamde knickerbocker of kniebroek geïntroduceerd voor jongens van drie tot twaalf jaar en als opvolger van de jurkjes. Uiteraard waren er verschillen in de uitvoering voor jongere en oudere jongens. Rond 1890 droegen jongens vanaf twee jaar kniebroeken in combinatie met hemdachtige tunieken met een riem, of met een korte fluwelen jas, afgewerkt met strikken, kanten kragen en mouwboorden. De oudere jongens droegen kniebroeken met aansluitende wollen jasjes, hemd met kraag en een das. Dit type broek stond al erg dicht bij kleding van volwassenen. Het grootste verschil was dat mannen lange broeken droegen, en jongens een korte variant.

MEISJES

De manier waarop 19de-eeuwse meisjes gekleed gingen, was veel minder onderhevig aan veranderingen. Daarenboven werden ze al vanaf jonge leeftijd gekleed in volwassenenkleding. Ze droegen vanaf hun geboorte jurken en dat bleef hoofdzakelijk zo doorheen hun volwassen leven. De verschillen zaten voornamelijk in de snit en de versiering. Over de jurken werd een schort gedragen om deze proper te houden. Zoals de broeken bij de jongens, waren de jurken bij de meisjes korter dan de volwassen versie. De leeftijd van een jong meisje kon afgelezen worden aan de lengte van haar jurk: net tot onder de knie tot een leeftijd van 12 jaar, kuitlengte tot 14 jaar, enkelhoogte tot 16 jaar en vanaf 17 à 18 jaar kwam de rokzoom tot op de grond. Zoals te zien is in de tentoonstelling, volgt de meisjesmode die van de dames op de voet, met uitzondering van enkele minimale aanpassingen zoals bovengenoemde roklengte. Wanneer de vrouwenmode midden 19de eeuw overging naar de crinoline (die een soort bevrijding betekende, omdat het aantal onderrokken verminderd werd), volgde de meisjesmode. Wanneer met de tournure of faux-cul, de klemtoon verlegd werd naar de achterzijde van het silhouet, gebeurde dat ook bij de kinderversie. Pas in de laatste twee decennia van de 19de eeuw toen er een groeiende interesse voor sport en vrije tijd kwam, kregen meisjes (en vrouwen!) ook ietwat vrijere kleding. Voor paardrijden, tennis en zwemmen wordt een broek gedragen.

Eeuwige jeugd

De eeuwige zoektocht naar jeugdigheid is eigen aan de mens. Onze visuele cultuur die gedomineerd wordt door social media legt een onhaalbaar lichaamsbeeld op: ultramager, ultraknap, ultrajong, … Niet zonder reden zijn plastische chirurgie en botox quasi volledig ingeburgerd in onze samenleving. Mode is het domein bij uitstek waar het verlangen naar eeuwige jeugd zich veruitwendigt, aangezien ze ons de mogelijkheid geeft ons lichaam te camoufleren en onze leeftijd te verhullen. Topontwerpers zoals Donatella Versace, Karl Lagerfeld en Calvin Klein hebben hun uiterlijk zodanig laten manipuleren dat ze bijna niet meer herkenbaar zijn. Het onmogelijke en onhaalbare schoonheidsideaal wordt echter steeds meer in vraag gesteld. Jongeren vandaag (de generatie Z) gaan in de veelheid van de online-beeldenmassa en informatie op zoek naar een authentieke identiteit. We belichten hier twee mode-iconen die nooit oud lijken te worden: Iris Apfel en Kate Moss.

IRIS APFEL

De Belgische modeontwerper Dries Van Noten omschrijft Iris Apfel (°1921) als volgt: “Ze ademt jonge lucht, denkt jong, en is allesbehalve stoffig. Ik adoreer haar.” Ondanks haar 96 lentes is Iris Apfel erg jong in haar manier van leven, denken en zich kleden. Ze speelt met mode en assembleert naar lieve lust. Apfel bezit in New York alleen al drie appartementen die van boven tot onder gevuld zijn met haar kledingcollectie, gaande van couturestukken tot vlooienmarktvondsten. Apfel startte met een textiel- en decoratiezaak, en mocht al snel grote, belangrijke mensen tot haar cliënteel rekenen. Wanneer ze gevraagd wordt naar haar mening over plastische chirurgie, antwoordt ze steevast: “[plastische chirurgie is enkel te begrijpen als] je een neus hebt als Pinokkio of brandwonden hebt opgelopen, waarom zou je met je uiterlijk spelen? Het resultaat kan erger zijn. Ik zag mensen die eruitzagen als een werk van Picasso”.

In de reeks die fotograaf Luis Monteiro met haar maakt en waarin Iris Apfel poseert in haar appartement, wordt de symbiose tussen mode en jeugdigheid extra in de verf gezet door de kinderlijke accessoires en setting: teddyberen, Mickey Mouse, snoep, speelgoedpopjes gecombineerd met high fashion van onder meer Gucci, Marc Jacobs, Giambattista Valli enz. Luis Monteiro vertelde dat ze drie volledige dagen spendeerden in Iris’ huis in Miami.

KATE MOSS

Het campagnebeeld van Forever YOUNG wordt, niet toevallig, gesierd door de jonge Kate Moss gefotografeerd door Corinne Day. Het werd gebruikt op de cover van het Britse maandblad The Face in 1990, toen Kate Moss 15 jaar was. Het is een iconisch beeld, dat synoniem is met jeugdigheid. De manier waarop Corinne Day Moss in beeld brengt, breekt totaal met de gangbare, glamoureuze stijl van de jaren tachtig, waarin topmodellen opgevoerd werden als Claudia Schiffer en Cindy Crawford met hun wulpse, gezonde vormen en glanzende, golvende haren. Moss is het tegenovergestelde van deze glamorgana’s, met haar tengere lichaamsbouw, amper 1,68 groot en bleke huid vol sproeten. Kate Moss wordt vaak in één adem genoemd met de zogenaamde ‘heroin-chic-trend’ die de modefotografie van de nineties domineerde. In het Engels wordt dit omschreven als waif look (zwerverlook), wat een fysieke aanwezigheid van jeugd en extreme dunheid betekent, en refereert aan een modestijl gebaseerd op deze look.

Ondanks de kritiek die ze hierop kreeg, bleek Moss echter tijdloos. Het model met opvallende jukbeenderen, amandelvormige ogen en een jongensachtig lichaam draaide moeiteloos mee in de daaropvolgende decennia, en werkte samen met de grootste fotografen en modehuizen. Ze is meer dan 25 jaar actief als model, en is vandaag nog steeds veelgevraagd. Zo werd ze recent gecast aan de zijde van realityster Gigi Hadid voor een campagne van schoenenontwerper Stuart Weitzman.

Youthquake

De catwalk wordt overspoeld met collecties die bol staan van referenties aan jongerencultuur. Stijlen worden bepaald op straat en via sociale media verspreid. Omgekeerd dragen jongeren ‘ugly dad sneakers’ en ‘mom’ jeans (beiden alomtegenwoordig op de catwalk bij onder andere Balenciaga). Sportieve kledij, die in hoofdzaak behoort tot de dagelijkse garderobe van de jeugd, vormt een grote inspiratiebron voor mode, denk aan huizen zoals Balenciaga, Vetements, Calvin Klein, Tim Coppens, Yeezy… maar ook, en minder vanzelfsprekend, aan Chanel en Gucci. Zowel in de coutureshows als bij de prêt-à-porter dragen de modellen sneakers. Sneakers in overvloed; denk aan de samenwerkingen tussen ontwerpers en sportmerken, zoals Raf Simons en Adidas, Vetements en Reebok. Het modebeeld wordt vandaag volledig gedomineerd door jongeren. Ze zijn op zoek naar authenticiteit en vormen een community met gelijkgestemden, vaak via een online-beeldcultuur. Jonge influencers spelen een cruciale rol in het verspreiden en zelfs het succes van bepaalde modestijlen en -huizen. Niet voor niets boomen merken zoals de eerder genoemde Balenciaga, Vetements, Gucci en Calvin Klein.

Het oeuvre en de esthetiek van ontwerpers zoals Raf Simons en Hedi Slimane is inherent verbonden met jeugd en jongeren, en hun DNA is hierrond opgebouwd. De generatiegenoten brengen voor hun eigen mannenlijn een jongensachtig, skinny silhouet. Hun creaties worden op de catwalk steeds geshowd door jongelingen met een apart uiterlijk.

Mode en jeugd kennen een verre geschiedenis samen. Denk maar aan de subculturen en jongerenbewegingen die de mode beïnvloedden en mee vormden. Denk aan de Teddy boys, de punks, hippies enzovoort. Doorheen de modegeschiedenis zijn er twee periodes waarin de zogenaamde youthquake de sleutelcomponent was: de jaren 20 en 60.

In de jaren 20 staat de jeugdige garçonne centraal: een geëmancipeerde vrouw met rechte, smalle taille - de vrouwelijke vormen die de leeftijd verraden worden vakkundig ingesnoerd -, en kort jongensachtig kapsel. Onder invloed van de oorlog en van sportkleding worden comfortabele kledingstukken geïntroduceerd, zowel bij mannen als vrouwen, wat de bewegingsvrijheid van de actieve man en vrouw in the Roaring Twenties vergroot.

De jaren 1960 zijn synoniem met Youthquake, een term die in 1965 gelanceerd werd door Diana Vreeland, toenmalig hoofdredacteur van Vogue US. Jeugdigheid en populaire cultuur domineerden, en dat tekende zich heel duidelijk af in de mode. Het contrast met het voorgaande fiftiesdecennium kon niet groter zijn. Denk aan de conservatieve stijl van de New Look zoals die geïntroduceerd werd door de Franse modeontwerper Christian Dior, met smalle taille en brede lange rokken waarin meters stof gebruikt werden. De sixties betekenden een radicale breuk met de voorgaande periode, waarin couture de mode dicteerde. De modepiramide keerde om en modestijlen ontstonden bij jongelingen op straat. Denk aan de vrolijke mini-jurken in A-lijn, hotpants en jumpsuits in felle kleuren zoals oranje en geel.

Alice in Wonderland

Alice in Wonderland refereert aan het surrealisme dat vervat zit in de ontwerpen die in dit onderdeel te zien zijn. De kinderwereld spreekt tot de verbeelding. Zowel voor kinderen zelf als volwassenen. Poppen, marsmannetjes, kabouters, elfen, teddyberen,… de visuele taal van deze droomwereld en de fantasmagorie van sprookjesfiguren zijn een dankbare inspiratiebron voor ontwerpers vandaag. Dit kan diverse vormen aannemen. Het kan gaan om een letterlijke integratie of de overname van bepaalde figuurtjes, zoals sneeuwwitje bij Gucci en de teddybeer bij Moschino, maar kan ook een dekmantel zijn om een dieperliggende boodschap te verhullen. Dit is het geval bij Walter Van Beirendonck die met zijn zomercollectie 2016, getiteld ‘Electric Eye’, lieflijke baby- en kindermotiefjes toont in combinatie met bliksemschichten, donkere tonen en een zware boodschap over de hedendaagse visuele cultuur, waarbij “selfies het overnemen en IS een platform krijgt”, aldus de ontwerper.

Van deze kinderwereld wordt ook dankbaar gebruik gemaakt in modeshoots en editorials voor magazines zoals Vogue, Harpers’ Bazaar enz., door grote fotografen zoals Annie Leibovitz en Tim Walker. Die laatste, waarvan werk te zien is in de expo, is geroemd om zijn surrealistische settings en sprookjesachtige beelden waarin dieren en poppen vaak een rol spelen.

Poppen hebben ook steeds een belangrijke plaats gekregen in het werk van designerduo Viktor & Rolf. Ze presenteerden voor hun wintercollectie 2017-18 gigantische action-dolls op de catwalk. Het duo stelde naar aanleiding van de show: “We bedachten hoe vreemd de realiteit momenteel is, en dus waarom niet de surrealistische kant tonen van realiteit?”.

Franco Moschino, oprichter van het huis, stuurde voor de herfst-wintercollectie 1988-89 Braziliaans model Isabeli Fontana de catwalk op met een hoofddeksel en sjaal gemaakt uit teddyberen. Deze teddybeer wordt door Jeremy Scott, de huidige creatief ontwerper van Moschino, dankbaar hergebruikt, en verschijnt ieder seizoen in een lichtjes andere versie ten tonele. Niet enkel op kleding, ook in de vorm van handtassen, smartphonehoezen, schoenen, sleutelhangers, make-up, enzovoort. Deze hebbedingen worden enorm gesmaakt door de jeugd, die een belangrijke rol speelt in het marketingproces ervan. Dit sluit aan bij het volgende, laatste thema van de tentoonstelling:

 

Mini-me

Kinderen en jongeren zijn een belangrijke doelgroep geworden in de mode-industrie. Niet enkel als consument, maar ook als ‘tool’ voor hun ouders. De looks van een kind zijn een indicator van het succes van de ouder. Gezinnen worden kleiner, en ouders investeren steeds meer in hun kroost, zowel psychologisch als financieel. Dit wordt opgepikt door de modehuizen, en in lijn hiermee lanceerden grote labels als Givenchy en Gucci recent een aparte kindercollectie. Een specifiek onderdeel daarvan is de ‘mini-me’lijn, die ouders toelaat hun kinderen te kleden in een gelijkaardige of dezelfde outfit als henzelf. Kinderen van grote sterren zoals zangeres Beyonce en realityster Kim Kardashian werden al meermaals gespot in de mini-variant van hun moeders, wat de verkoopscijfers boost. Vaak gaat het om limited-editionontwerpen, zoals T-shirts, tassen en sneakers. Sociale media spelen hierin een cruciale rol, en via Instagram worden hun duizenden volgers beïnvloed. Die zelfde sociale media spelen eveneens een belangrijke rol in de constructie van een (mode)identiteit. Kinderen krijgen op erg jonge leeftijd vaak al een hashtag op sociale media. Zo krijgen ze al een online-identiteit nog voor ze zich zelf goed en wel bewust zijn van hun eigen bestaan. Deze instakids van instamoms of -dads zijn vaak gekleed in de laatste nieuwe modes en geplaatst in hippe settings met een aangepaste filter. Product placement, zoals bij volwassen influencers en bloggers, is ook bij zeer jonge kinderen te zien. Deze kinderen hebben enorm veel volgers op hun sociale media accounts.

Dat kinderen een interessante tool zijn in modemarketing wordt ook aangetoond door hun veelvuldige verschijning in reclamecampagnes en editorials. Het Italiaanse huis Marni werkte in 2017 samen met fotograaf Ethan James Green voor een ludieke shoot voor Love Magazine, waarbij de wintercollectie 2017-18 gedragen werd door kinderen. Het Britse Mother of Pearl lanceerde voor dezelfde collectie een campagne waarbij kinderen centraal stonden, gekleed in de volwassen ontwerpen.

Delen: