Onze missie, ons verhaal en onze geschiedenis

De missie van Modemuseum Hasselt

Modemuseum Hasselt wil een eigentijds, lokaal verankerd museum zijn met nationale en internationale uitstraling dat een zo divers mogelijk publiek begeestert voor westerse mode uit heden en verleden. Het wil het begrip en de relevantie van mode promoten door kritische, meeslepende en inspirerende verhalen te delen in een innovatieve en verrassende context.

image 1
© Modemuseum Hasselt
image 2
© Modemuseum Hasselt
image 3
© Modemuseum Hasselt
image 4
© Modemuseum Hasselt

 

Ons verhaal

Modemuseum Hasselt is het enige museum in de Lage Landen en de Euregio dat uitsluitend aan mode en kleding gewijd is. In een sfeervol architecturaal decor in het hart van Hasselt neemt het je op sleeptouw doorheen de meest fascinerende episoden van de westerse modegeschiedenis.

De collectie vormt het kloppend hart van het museum. Ongeveer 18.000 kledingstukken en accessoires telt ze momenteel. Samen vertellen deze objecten de geschiedenis van de westerse mode van 1750 tot vandaag. Naast klinkende internationale namen zoals Worth, Poiret, Lanvin, Chanel, Dior, Courrèges, Yves Saint Laurent, Versace, Comme des Garçons … blinkt onze collectie uit door haar focus op hedendaagse ontwerpers met Limburgse roots en internationale uitstraling zoals Martin Margiela en Raf Simons. In de afgelopen decennia met passie en toewijding bijeengebracht, vormen al deze stukken nu de hoeksteen en inspiratiebron van onze werking. In onze halfjaarlijkse tentoonstellingen laten we deze gekoesterde objecten dialogeren met betekenisvolle bruiklenen in steeds wisselende en verrassende contexten. Via deze vernieuwende tentoonstellingen, alsook via workshops, lezingen, digitale interventies en bijzondere samenwerkingen delen we onze liefde voor mode met zo veel mogelijk mensen.

 

image 1
© Modemuseum Hasselt
image 2
© Modemuseum Hasselt
image 3
© Modemuseum Hasselt
image 4
© Modemuseum Hasselt
image 5
© Modemuseum Hasselt
image 6
© Modemuseum Hasselt
image 7
© Modemuseum Hasselt
image 8
© Modemuseum Hasselt
image 9
© Modemuseum Hasselt
image 10
© Modemuseum Hasselt
image 11
© Modemuseum Hasselt
image 12
© Modemuseum Hasselt
image 13
© Modemuseum Hasselt
image 14
© Modemuseum Hasselt
image 15
© Modemuseum Hasselt

Onze geschiedenis

In 1986 kiest het Hasseltse stadsbestuur ervoor om zich toeristisch te profileren als modestad. Dit is in lijn met de groeiende winkelcultuur, maar ook met de geschiedenis van de stad waarin textiel en mode een rode draad vormen. Deze gaat terug tot de late middeleeuwen wanneer Hasselt internationale faam geniet als lakenstad. Het Hasseltse laken (geweven wol) is in die tijd felbegeerd omwille van zijn excellente kwaliteit en fraaie afwerking. Het wordt verkocht in binnen- en buitenland: van Luik en Namen over Antwerpen en Amsterdam tot Gorkum, Keulen, Frankfurt en Lübeck. De impact van de lakennijverheid is groot, zowel op economisch als sociaal vlak. In de vijftiende eeuw wint één vijfde van de actieve Hasseltse bevolking zijn kost in die sector. In 1536 telt de stad ongeveer 200 meester-lakenwevers. Deze tak van nijverheid overtreft alle andere in ledenaantal en belang. Vandaag herinneren vele plaatsen en plaatsnamen in Hasselt nog aan dit textiele verleden. Denk aan de Willekensmolenstraat, de Raamstraat, Paardsdemerstraat en de lakenhal. Vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw begint de Hasseltse lakennijverheid aan belang te verliezen door een groeiende concurrentie.

Tegen het einde van de negentiende eeuw zorgen nieuwe ontwikkelingen voor de geleidelijke groei van Hasselt als handelscentrum. Zoals de rest van de wereld kijkt ook Hasselt naar Parijs waar de winkelcultuur een enorme groei kent in lijn met de wijzigende levensstijl die consumeren tot een stedelijk omgangsritueel verheft. Naar analogie worden de eerste Hasseltse winkelstraten geboren. De Kapelstraat vervult een voortrekkersrol met zaken als Huis Proesmans (ca. 1900), Au Louvre (ca. 1910) en Au Bon Marché (ca. 1920-1950). De handel spitst zich vooral toe op katoenen en linnen stoffen, en verder accessoires zoals hoeden, schoenen en lederwaren. Tot de jaren 1950 kan de Hasselaar voor een kostuum op maat terecht bij een tiental meester-kleermakers. Vrouwen maken hun kleding vaak zelf - er waren immers verschillende ‘snit- en naadscholen’ in de stad - of doen beroep op naaisters zoals Marguerite Kelles (°1924-+2014) die in de jaren vijftig en zestig menig Hasseltse dame voorziet van een feestjurk, mantelpakje, mantel naar model van Christian Dior of andere gezochte Parijse ontwerpers. De kleermakerstraditie wordt voortgezet en verfijnd door de families Helsen en Sodermans. Tegelijk werkt de beschikbaarheid van confectiemode vanaf de jaren 1960 de opkomst van boetieks in de hand. Zo biedt Jeurissen exclusieve designerdamesmode aan met klinkende namen als Courrèges, Yves Saint-Laurent en Versace. Voor sommige labels, zoals Chloé, is Jeurissen op dat moment de exclusieve aanbieder in België. De boetiek verkoopt ook opkomende designers en neemt zo een unieke plaats in binnen Vlaanderen. Er is weinig concurrentie op dit niveau. In geheel België bestaan er slechts een viertal winkels met een soortgelijk aanbod. Dankzij schenkingen van de familie Jeurissen en hun cliënteel komen ook een aantal exclusieve stukken in de collectie van Modemuseum Hasselt terecht. In onze verzameling bevinden zich ook enkele stukken van Moray, naar de gelijknamige boetiek die vanaf eind jaren 1950 merken als Dior en Valentino aanbiedt in de stad. Verder bepalen ook zaken zoals Hox, Haumont-Haumont en de snelle opkomst van kleine, hippe boetieks de modieuze uitstraling van Hasselt die vooral eind jaren 1960 en begin jaren 1970 groeit. Deze heeft een magnetisch effect en maakt Hasselt ook aantrekkelijk voor modeliefhebbers van verder weg. Het aanbod lokt klanten uit Vlaanderen, Wallonië, Nederland en Duitsland. De oprichting van een modemuseum in 1988 moet dit imago versterken. Dit is een visionaire keuze. Hasselt krijgt zo het eerste en enige onafhankelijke modemuseum in de Lage Landen.

het Grauwzusterklooster van Hasselt

Ons gebouw

Een bezoek aan Modemuseum Hasselt is ook een bezoek aan een historisch waardevolle site. Het zeventiende-eeuwse gebouw, waarvan de exacte constructiedatum (‘AD 1664’) af te lezen valt van de muurankers in de voorgevel, deed oorspronkelijk dienst als Grauwzusterklooster. Het is steeds een plaats geweest met een uitgesproken maatschappelijke betekenis die samenhangt met de diverse functies die het had doorheen zijn geschiedenis. Drie eeuwen lang speelt het hospitaal een centrale rol in de ziekenzorg. Onder de Franse overheersing krijgt het, zoals zovele kerken en kloosters, een nieuwe invulling. In 1796 wordt de kloostergemeenschap verbannen en het jaar erna worden de geestelijken verdreven. Sindsdien doet de locatie dienst als gevangenis en nadien als kazerne. Vanaf 1805 huist de oude hospitaalvleugel een stedelijk hospitaal en het zou duren tot 1818 wanneer de  zusters opnieuw de ziekenzorg overnemen. Pas in 1968 verlaten de laatste patiënten het gebouw om hun intrek te gaan nemen in het nieuw opgerichte Virga Jesse ziekenhuis. Nadien bieden de leegstaande ruimten achtereenvolgens huisvesting aan het Jenevermuseum, het Stadsmuseum en de stedelijke cultuurdienst. Wanneer het Stedelijk Modemuseum Hasselt zijn deuren opent in 1988, krijgt het complex uiteindelijk zijn huidige functie. De museale bestemming wordt bezegeld door de restauratie tussen 1993 en 1995 onder supervisie van architect Luc Vanroye. Vittorio Simoni actualiseert het interieur dat hij met veel respect voor de historisch waardevolle en beeldbepalende elementen voorziet van de noodzakelijke ingrepen zoals de glazen overkapping en het meubilair.

Delen:

Blijf op de hoogte