The Vulgar

The Vulgar

Fashion Redefined

30.09.2017-14.01.2018

The Vulgar: Fashion Redefined is de eerste tentoonstelling die de uitdagende maar ook bijzonder meeslepende vraag op de voorgrond brengt van wat goede of slechte smaak in mode is.

Samengesteld door modecurator en tentoonstellingsmaker Judith Clark in samenwerking met psychoanalyst en schrijver Adam Phillips, neemt de tentoonstelling Phillips’ definities van ‘het vulgaire’ als startpunt. Uit publieke en private verzamelingen, met bijdragen van toonaangevende moderne en hedendaagse ontwerpers, De expo toont stukken die vijfhonderd jaar mode overspannen, van de renaissance tot de dag van vandaag, die ontleend zijn aan publieke en private verzamelingen en met bijdragen van toonaangevende moderne en hedendaagse ontwerpers. Ze verweeft historische kleding, couture en prêt-à-porter, textielversieringen, manuscripten en film.

De tentoonstelling begint op de tweede verdieping en is zorgvuldig georganiseerd rond diverse thematische categorieën of associaties die we kunnen toepassen op het vulgaire. Elke sectie gaat uit van dit laatste om datgene wat Phillips gekristalliseerd heeft tot het ‘schandaal van goede smaak’ te verhelderen door middel van tekst en objecten. Om die reden is elke ruimte een ode aan baanbrekende innovaties van ontwerpers die deel uitmaken van de tentoonstelling. Doorheen de tentoonstelling verwijst Clark naar de geschiedenis van de modetentoonstelling, die op haar beurt ooit als het toppunt van vulgariteit beschouwd werd.

 

Het vulgaire toont zich in de imitatie

Het vulgaire vertalen

In de herontdekking en recyclage van klassieke mythen en motieven tijdens de renaissance, eigende het christelijke Westen zich heidense culturen toe, en vond het nieuwe standaarden van smaak in antieke beschavingen. Wanneer woorden en zaken en beelden los van hun oorsprong ronddobberen, circuleren ze op onvoorspelbare wijze. Migratie maakt nieuwe vormen en gevoelens beschikbaar en toegankelijk. Het vulgaire is daarom een teken van mobiliteit; van de botsing en samenwerking van klassen en culturen. 

Het vulgaire, zoals mode, is steeds een kopij. Het nodigt ons uit om te fantaseren over het origineel en het onthult wat verloren gegaan is in de vertaling. Op deze manier, herstelt het vulgaire ons vertrouwen in de puurheid van de bron. 

Daarom is het enige wat ons interesseert in het vulgaire hetgeen er fout aan is, aangezien het pretendeert iets te zijn dat het niet is.

Vulgariteit is iets willen dat je niet kan zijn of hebben.

Adam Phillips

Waaiers

Sinds de laatachttiende-eeuwse industrialisatie, diversifieerden waaiers van elitaire luxeobjecten tot objecten die massaal gedrukt werden en zo betaalbaar werden voor ene groter deel van de maatschappij. Hun associatie met expressieve, verleidelijke gebaren leidde er vaak toe dat ze voorzien werden van taferelen met amoureuze ontmoetingen. In tegenstelling tot de handgeschilderde chinoiserieën, Japanse motieven en barokke versiering die vaak miniatuurreproducties van schilderijen waren, werd het onderwerp van de bedrukte waaiers, net zoals hun dragers, hedendaags. De absurde corruptheden van het dagelijkse leven breidden de cultuur van de satire uit tot dit onontbeerlijk accessoire van de achttiende en ook de negentiende eeuw.

Nimfen

Een jurk is klassiek wanneer ze bestand is tegen de cyclische verandering van mode. Iets is klassiek wanneer het in overeenstemming is met een schoonheidscategorie die niet in vraag gesteld wordt. In karikaturen van haar grilligheid en promiscuïteit, wordt mode steeds in contrast geplaatst met de drapering van antieke beeldhouwkunst. Dit is de laatste plek om te zoeken naar sporen van het vulgaire. Een modeartikel is echter niet uniek, het is niet overgenomen uit het oude Griekenland of het keizerlijke Rome, noch gebeiteld uit steen, maar is, in plaats daarvan, net als elke andere mode – beperkt door het feit dat het verveelvoudigd is en commercieel beschikbaar. De verzameling kledingstukken hier is zelf een commentaar op het fenomeen van vertaling: de nabootsing van de antieke cultuur herdacht in spreektaal – die van modieuze kleding. Wat pretenderen deze kleren te zijn? En wat, dientengevolge, pretenderen de mannequins die deze ondersteunen te zijn?

De voorspoedige val

Vivienne Westwood zet het thema van vertaling verder: haar korset reproduceert een detail van François Bouchers Ontvoering van Europa uit (Parijs, Musée du Louvre), een doek uit 1747 dat een scène uit Ovidius’ Metamorfosen in beeld brengt en dat zelf refereert aan een lange reeks ontleningen: zowel schilderijen als sculpturen gebaseerd op het klassieke ontvoeringsverhaal. Het is een makkelijk herkenbaar citaat uit een bekend schilderij, en het gaat evenzeer over zijn omlijsting – van het volledige doek dat omlijst was, is nu een fragment uitgesneden om in te passen in de patroondelen van het korset. Het experiment heeft betrekking zowel op de context als op het onderwerp. Hertaling, verandering zit eveneens vervat in het uitgebeelde verhaal waarin de oppergod-rokkenjager Zeus metamorfoseert in een stier om zo de onschuldige prinses Europa te kunnen benaderen en verleiden.

Het vulgaire is vaak geassocieerd met expliciete seksualiteit en met een openheid voor suggestie, wat enkel mogelijk is na een voorspoedige val. De uitdrukking ‘voorspoedige val’ refereert aan de mogelijkheid dat Adam en Eva hun voordeel deden met de zogenaamde zondeval; het was voorspoedig doordat het hen toeliet een nieuw soort leven te leiden – het leven dat wij nu hebben. Zoals Adam en Eva krijgt ook Europa nieuwe kansen. In eerste instantie verdoemde ze zichzelf omdat ze zich liet wegvoeren van haar vader(land), maar uiteindelijk blijkt haar avontuur onsterfelijkheid te garanderen: het continent waarheen ze ontvoerd werd krijgt haar naam: Europa.

Klassieke kopieën

Ontwerpers hebben van de kopij een sterk punt gemaakt, door het te integreren in hun idioom om zo de overlevering van ideeën door technologische vooruitgang te vieren. Kopieën parodiëren de werking van het modesysteem dat zo afhankelijk is van het nieuwe. H&M heeft de verdienste high-end mode die voor de meeste mensen onbereikbaar was, overgebracht te hebben naar het grote publiek door betaalbare versies van catwalkstukken besteld te hebben. Daarom is het passend dat Martin Margiela twee keer zijn avondjurk vertaald heeft van een paillettengewaad naar een viscose kopij.

Vulgariteit is het teken van een onmogelijke ambitie

Onmogelijke ambitie

Wanneer het woord ‘vulgair’ niet gebruikt is om de menigte, de massa, het gewone volk te beschrijven, is het gebruikt om mensen te beschrijven die proberen om iets te zijn dat ze niet zijn. En omdat ze streven naar iets waarvan ze zich uitgesloten voelen, vertegenwoordigen ze voor ons de bedrieger, de oplichter, de spion, de acteur. De persoon waarin we geen vertrouwen hebben; de persoon, anders dan wijzelf, die we niet kunnen veroorloven te vertrouwen.

De arrivisten, de nouveaux riches, de immigranten, de opwaarts gestegenen: al diegenen die ernaar streven om deel te nemen, te slagen, zich aan te passen zouden kunnen beschuldigd worden van vulgariteit. Het vulgaire zijn mensen die niet weten hoe het spel te spelen – de mensen die niet vulgair zijn, geloven niet steeds dat ze een spel aan het spelen zijn. Omdat ze niet de juiste geschiedenis hebben, zijn de vulgairen de mensen die de geschikte middelen missen. In hun poging om de geschiedenis te vervalsen, creëert vulgariteit echter nieuwe manieren om zich te gedragen. 

Vulgariteit is de ambitie die een aanfluiting maakt van ambitie. Het is de aspiratie die overbelicht waarnaar het streeft.

Adam Phillips

Tijdschriftenselectie door Alexander Fury

De curatoren vroegen Alexander Fury, hoofdmodecorrespondent van T: The New York Times Style Magazine, om deze selectie van beelden, fotoshoots en advertenties te maken die bewust spelen met noties van vulgariteit. Van Nick Knights shoot van Alexander McQueens collectie, die het lichaam manipuleert om te gelijken op een sekspop voor The Face; tot Tim Walkers pastiche van John Currins werk (op zichzelf beschreven als vulgair), doordat het het lichaam objectiveert en vervormt in LOVE magazine, bieden ze een ‘postmoderne’ kijk op vulgariteit.

Manuscripten en prenten

Deze selectie prenten en manuscripten levert een vaak ironische kijk op wisselende ‘modegrillen’. De curatoren introduceerden deze om de band te maken met de lokale, Vlaamse modegeschiedenis.

Voor eens en altijd

In 1983, was Yves Saint Laurent de eerste levende ontwerper die een belangrijke tentoonstelling gewijd aan zijn werk kreeg in het Metropolitan Museum of Art in New York. Wellicht het meest iconische stuk in die tentoonstelling was zijn Mondriaanjurk die ongeveer twintig jaar eerder gemaakt was, en die, te wijten aan zijn vertaling van het originele Mondriaandoek, het debat rond de plaats van mode in het museum stimuleerde, en uiteindelijk de schreeuwen ertegen zou belichamen. De tentoonstelling, zoals alle modetentoonstellingen, werd beschouwd een commercieel belang te ‘adverteren’. De jurk, met zijn eigen erfenis aan kopieën, wekt nog steeds het debat over de originaliteit en waarde van mode op, zowel binnen als buiten het museum

 

Het vulgaire probeert om niet origineel te zijn.


Gewoon
In zijn vroegste gebruiken, was ‘gewoon’ onderscheiden van ‘aristocratisch’. Het werd gebruikt om een beschrijving te geven van het gedeelde, het ordinaire en het vulgaire. Het beschreef het gemeenschappelijke binnen een klassesysteem, een contradictio in terminis. Het is bijgevolg al te vaak gebruikt geweest als een denigrerende term. Vulgariteit exploiteert het verschil tussen het gemeenschappelijke en dat wat we gemeen hebben. Het keert de rollen om. Het verandert mode in uniform.
Adam Phillips


Het winkelcentrum (Chanel)
De presentatie van Chanels herfst/wintercollectie 2014–2015 vond plaats in het decor van een enorm winkelcentrum. Opgevoerd in het Grand Palais in Parijs, en gecreëerd op een ongelooflijke schaal en detail, leken de set en de collectie op te komen voor het alledaagse. Door dit te doen, stond de setting van een winkelcentrum de vooringenomenheid in de weg die hoge mode heeft naar de elite toe. Negen rekwisieten van de catwalkshow worden hier behandeld als kostbare objecten, die tentoongesteld worden als museologische kunstwerken. Het reproduceerbare, wereldse item is verheven tot het unieke en bevraagt zoals Karl Lagerfeld
hier op humoristische wijze doet, de waarde van mode.

Het vulgaire is een geheim compromis tussen goede en slechte smaak.

Te populair

Zoals ‘té modieus’, betekent ‘té populair’ ‘té beschikbaar’. We zijn argwanend tegenover mensen en zaken die ‘te populair’ zijn, alsof ‘te populair’ betekent: ‘er te veel op gebrand om te behagen’, ‘te opportunistisch’, ‘te onderdanig’, ‘te verborgen’, ‘te goedkoop’. Als een seksuele definitie is ‘te beschikbaar’ altijd een scheldwoord. Om het even wie of om het even wat dat, zoals geld, door te veel handen gaat, is vulgair. We willen onszelf ervan distantiëren. Het is vernederd en vernederend, alsof er te veel lichamen in betrokken zijn, en lichamen zijn besmettelijk. Alsof we onszelf zouden kunnen verliezen in de massa en niets anders zouden vinden dat we willen.

Adam Phillips

Te populair

Pop Art toonde ons dat inspiratie kon komen van het populaire en niet het unieke of het esoterische. Een zekere herkenbaarheid was essentieel om de grap te snappen. Catwalkmode werkte manieren uit om het conceptuele even ijl te maken als het manuele handwerk, om het wegwerpartikel even begerenswaardig te maken als een familiestuk. De unieke koppeling van Disney met Charles James, toont ons dat luxemode naar populaire smaak kan kijken voor zijn voorbeelden: dat Charles James, die actief was in de jaren 1930, een nieuw soort sirene van het scherm kon spotten insneeuwwitje, dat Moschino’s gevatheid en gebruik van slogans legendarisch was en dat Jeremy Scott deze humor nieuw leven heeft ingeblazen, met de snelle consumptie van eten gepaard aan producties van ‘valse’ designermode. ‘Het beschikbare’ en ‘het toegankelijke’ hoeven niet het louter ‘vanzelfsprekende te worden’.

Gewoon

Door denim te gebruiken, het meest gebruikelijke materiaal, worden we gealarmeerd voor wat special is aan deze kledingstukken ondanks hun uniformiteit. Waarvoor kan uniformiteit gebruikt worden? Terwijl Nicolas Ghesquière voor Louis Vuitton juwelen gebruikt om kostbare, hedendaagse werkkleding te creëren, gebruikte het jeugdige label Miu Miu, zowel in 2013 als in 2016, het materiaal als een doek om een minigeschiedenis van de twintigste-eeuwse mode mee te bouwen: van een Edwardiaans pak tot de gesofisticeerde silhouetten van de jaren 1950 (gevoerd met duchessesatijn), momenten die nooit geassocieerd werden met jeugdcultuur kregen een nieuwe invulling of werden ondermijnd door het gebruik van denim om een alternatief voor werkkleding op te roepen.

Het vulgaire als toegang.

Extreme Lichamen

Het vulgaire is iets dat we maken. Niets is natuurlijk, of wezenlijk, of in zichzelf, vulgair. Vulgariteit, is, net als schoonheid, subjectief. Het is een symbool van gekunsteldheid. We denken niet over dieren in termen van vulgair. Geen baby, wolk of boom is van nature vulgair. Het seksuele lichaam is vulgair gemaakt door kleding, of door hun afwezigheid.

Wanneer het niet met weelde geassocieerd is, is vulgariteit meestal geassocieerd met seksualiteit. We maken alleen onze genoegens vulgair, en, bijgevolg bestaat steeds de verleiding van vulgariteit wanneer er plezier is.

Er is echter iets met seksualiteit dat het met de idee van vulgariteit associeert. Hoe komt het dat seksualiteit vulgair gemaakt wordt? En wat is er met seksualiteit dat we het willen vulgariseren, of dat vulgariteit de voorwaarde maakt voor opwinding? Omdat de vulgairen ons steeds nieuwsgierig maken naar hun plezier. De vulgairen doen ons steeds afvragen waarom zij meer plezier hebben dan wij. De vulgairen genieten wanneer ze zouden moeten bewonderen. De vulgairen pronken wanneer ze respect zouden moeten tonen. Misschien denken we over plezier in termen van vulgair. Er zijn geen vulgaire vrezen.

Lichamen worden getransformeerd tot iets vulgairs door de beschrijving ervan, door versiering, kleding, juwelen en cosmetica. En omdat het een kunst van overbenadrukking – die speelt met schaal en proportie en praalzucht- vraagt het vulgaire een ander soort aandacht voor detail.

Adam Phillips

Overdreven lichamen

Hoe kunnen kledingstukken het lichaam uitvergroten? Door er een nepversie van te maken en door het gekozen lichaamsdeel over te zetten op de jurk, wat gebeurt ermee? Waarom kunnen aandenkens aan het lichaam vulgair zijn? Wat maakt overdrijving beschikbaar? Verschillende methodes worden toegepast: Vivienne Westwoods geschilderde, ontblootte borsten hebben de shock van punkopstandigheid, haar ‘faux-cul’ voor Louis Vuittons jubileumviering van 1996 suggereert dat toewijding aan het logo seksualiteit kan vervangen hebben; Walter van Beirendoncks silhouet berijdt, of draagt – we zijn nooit zeker -een raket.

Blootgestelde lichamen

Onderhandelen hoeveel van het lichaam getoond wordt, wordt steeds geassocieerd met het vulgaire. Hier is het zwart-witte palet van puriteinse kleding heronderhandeld op het lichaam: de kant wordt de structuur zelf van het kledingstuk, zijn transparante kwaliteiten worden het punt, niet het probleem. De stof van ondergoed wordt vertaald naar avondkledij: bij Louis Vuitton, wordt het gekoppeld aan de performatieve handelingen van de catwalkshow, en, in de stukken van Pam Hogg, wordt het geassocieerd met het hedonisme van de club.    De jaren 1960 zijn een keerpunt in de geschiedenis van de mode, omdat vanaf dan, met de minirok van de jeugdinvasie, het toegestaan werd dat de knie blootgegeven werd als een nieuwe erogene zone. Het nog meer gedurfde  topless badpak van 1964— voor het eerst getoond in de tentoonstelling ‘Fashion: An Anthology by Cecil Beaton’ in het  Victoria and Albert Museum in 1971—werd, zo lezen we in de museumnota’s, vastgepind op een tentoonstellingsbord getoond, om zo te ontkennen dat het om een lichaam gaat.

Het vulgaire en het modieuze moeten elkaar in het oog houden.

PURITEINS

Vulgariteit is steeds meer van iets, nooit minder: ze overdrijft; ze onderschat nooit; ze treedt op; ze trekt zich nooit terug. Ze is toegewijd aan genot. Ze heeft al de bravoure die verlegenheid en schaamte vragen. Ze herinnert ons steeds aan wat er niet is; ze vestigt de aandacht op wat ontbreekt. Ze is een zelfbehandeling tegen de vrees voor verarming. Ze beeldt het schandaal uit van het aanspraak maken op, de geneugten die ze vertegenwoordigt, en de nijd die ze creëert. Ze is het theater van de ambitie en kitsch is haar feest. Ze vreest en maakt tegelijk het hof aan hoon. Puritanisme is haar folie en haar doelwit.

Adam Phillips

PURITEINS

Puriteinse kleding, met haar afwijzing van kleur en versiering, en haar veronderstelde ontzegging van plezier, vergeet de geneugten van ontzegging. De zwarte jurk is zo vaak voorgesteld in de zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst als harmonieus geïntegreerd in de achtergrond, terwijl ze het licht absorbeert, elke reflectie of onderscheid afkeurt. De witte kraag daarentegen, vol vertrouwen in haar verbeelding van zuiverheid, toont zichzelf in haar schaal en fijnmazigheid. Ze mag opvallen. De vulgariteit is in de zuiverheid. De kragen die hier getoond worden volgen deze traditie, verzameld door musea als prachtige kantstalen. Het wezenlijke zwart-wit palet is hier vertegenwoordigd door de Belgische ontwerpster Veronique Branquinho.

Delen: