PRINTS!

In mode- en kostuumgeschiedenis 1750—2000

25.06.2011-08.01.2012

De expo illustreert verschillende fasen in het gebruik van motieven die worden belicht aan de hand van belangrijke historische innovaties en veranderingen op socio-economisch en technologisch vlak. Deze veranderingen manifesteerden zich sterk in het modebeeld. 

1750-1879

Het beschilderen van stoffen gaat terug tot in de Oudheid waar met natuurlijke kleuren, afkomstig van planten en dieren, bepaalde motieven geschilderd werden. Het ontstaan van textieldruk in Europa vindt haar wortels in het India van 2000 voor onze tijdsrekening. Indiennes of sitsen, beschilderde en bedrukte Indiase stof, werden verkregen door lange complexe processen waarbij verf gefixeerd werd op stof. Via de handel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie werden deze stoffen geïntroduceerd in Europa. Het aantrekkelijke kleurgebruik en motieven verleidden de Europese smaak die hongerde naar alles wat exotisch was. Daarnaast vormde de stof een dankbaar alternatief voor de zware zijde, wol en linnen. De vraag werd groter dan het aanbod en er ontstond een bloeiende economie in het kopiëren van Indiennes, aangepast aan de Europese smaak, wat het ontstaan van de Europese textielindustrie met zich meebracht. Indisch sits werd in Europa gebruikt voor tafellakens en bedspreien, voor kledij (mannen en vrouwen) en in de achttiende eeuw ook als wandbekleding. De groeiende populariteit van katoen zorgde voor ontevredenheid bij gevestigde wolen zijdehandelaars. Er werd een verbod uitgevaardigd, maar de industrie overleefde. In eerste instantie bleven de patronen afgeleiden van het originele Indiase florale patroon. Uitzondering was de toile de Jouy, vervaardigd in de Manufacture d’ Oberkampf in Jouy-en-Josas. De toiles beelden allegorische, literaire en historische taferelen uit. De Franse Revolutie van 1789 betekende een radicale breuk met het Ancien Regime en er ontstond een nieuwe burgermaatschappij en de daarmee gepaard gaande consumptiedrang. Na een korte versobering van het silhouet rond de eeuwwisseling, was de algemene tendens in de negentiende eeuw een rijkelijk versierd silhouet voor de vrouw, die de luxe van haar huishouden moest etaleren. Dat uitte zich onder meer in de versiering van stoffen, waarbij het florale motief (bloemen, varens, klimplant) de hoofdrolspeler was. Ook gedrukte strepen in lichte frisse kleuren waren in de mode.

Mannenmode onderging wellicht de grootste verandering naar een eerder sober silhouet, waarbij zwart de hoofdtoon werd. Hoewel onderhevig aan modetrends zou dit de hele negentiende en een stuk van de twintigste eeuw zo blijven.

Voor het bedrukken van stoffen werden doorheen de geschiedenis diverse technieken gehanteerd onder impuls van mechanisatie en innovaties.

De vroegste blokken die voor het drukken gebruikt werden waren van hout, bij voorkeur perelaar omwille van de fijne structuur en vochtbestendige eigenschap. In eerste instantie werd dezelfde methode gehanteerd als bij het drukken op papier, waarbij de blok met inkt ingesmeerd werd en aangebracht op stof. Dit bleek echter niet effectief.

Het patroon werd op het blok getekend en dan in hoogreliëf uitgesneden. Aanvankelijk waren de blokken vrij klein. Meestal moesten de patronen herhaald worden, waarbij dezelfde blok gebruikt werd. Wanneer het om een meerkleurige print ging moest voor elke kleur een afzonderlijk blok gebruikt worden. Dit procedé gebeurde eerst handmatig, maar werd later ook gemechaniseerd. Terwijl hout zeer dankbaar was voor het verkrijgen van grovere lijnen, waren koperen elementen uiterst geschikt voor fijnere uitwerkingen van figuren en details. Zolder Het drukken met een in de diepte gegraveerde koperplaat was een techniek die afkomstig was uit Engeland, waarbij de plaat in reliëf gegraveerd werd. Dit vereiste van de drukker echter een vrij zware investering, waardoor de kost vrij hoog lag. (cfr. toile de Jouy). Rond 1800 kwam cilinderdruk op, met als gevolg een democratisering van de bedrukte figuratieve stoffen. Drukken met rollen kwam al voor in de zeventiende eeuw maar was een moeilijk proces en pas echt effectief vanaf de negentiende eeuw. Cilinders met gegraveerde patronen draaiden aan een continue snelheid, en de stof rolde gelijkmatig. Aanvankelijk werden koperen cilinders gebruikt waarin een tekening was gegraveerd (cfr methode koperplaat). Dit was een duur en tijdrovend proces, ook wanneer stalen rollen gebruikt werden waarmee de fijnste details bereikt konden worden (ca 1840). Maar door de mechanisering van de productietechnieken van stalen drukrollen en hun langere levensduur vergeleken met koper konden de stoffen tegen lagere prijzen worden aangeboden.

Ondanks de opkomst van de roldrukmachines werd er nog steeds met blokdruk bedrukt, zowel handmatig als machinaal. Tijdens het Second Empire bloeide de populariteit van kasjmier of boteh, afkomstig uit India. Katoendrukkers imiteerden kasjmier, wat democratischer was dan de populaire origineel geweven variant, en pasten ze aan de Europese smaak aan. Voor het maken van deze zakdoek gebruikte de drukker Maison Witz, Blech en Cie twee nieuwe technieken. Het centrale beeld werd gedrukt via lithografie of steendruk. Waarschijnlijk hergebruikte de drukker een lithografische steen, oorspronkelijk ontwikkeld voor een prent, om de katoenen zakdoek te bedrukken. De omranding in Turks rood verkreeg hij door verving met meekrap na het oliën en beitsen van de stof.

Spleen 1880-1939

De introductie van koperen elementen bij het drukken, zorgde voor dunne lijnen en stippen die vanaf 1870 zeer in zwang waren.

De opkomst van de Art Nouveau rond de eeuwwisseling zorgde in de mode voor oriëntaalse en Japanse invloeden, deels afgeleid van tekeningen van onder meer de kunstenaar Hokusai. Bedrukte stof vertoonde zachte, organische welvingen en langwerpige, uitgelijnde vormen die een gevoel van groeiende structuren wekten. De oriëntaalse ontwerpen geprint op een donkere achtergrond bleven populair tot 1920. Tijdens de Art Nouveau waren er ook al aanzetten naar meer abstracte florale motieven. Dat evolueerde verder tijdens de Art Deco, waarbij meer figuratieve ontwerpen stilaan verdrongen werden door de hoekige en geometrische lijnen van het modernisme, geïnspireerd door het kubisme, Azteekse tempels en Bauhaus.

In het eerste kwart van de twintigste eeuw werden rijkelijk gekleurde, Slavische volksmotiefjes geïntroduceerd in Parijs door Russische emigranten als gevolg van de revolutie. De motieven werden een grote bron van inspiratie voor diverse ontwerpen. Ook de vondst van de tombe van de Egyptische farao Toetanchamon in 1922 zorgde voor een Egyptische mode met prints van scarabeeën (kevers) en lotusbloemen. Er kon gekozen worden uit een waaier aan motieven. De rage van chinoiserie stimuleerde de productie van rijkelijk gekleurde bedrukte en geweven patronen. In de jaren 1930 werden Chinese decoratieve elementen van porselein en ook Japanse bloesemprints overgenomen in kleding.

In de loop van de eeuw bleef het drukproces de evolutie van prints bepalen. In de jaren 1930 werd zeefdruk, ontwikkeld in 1907, commercieel toegepast en verving vrij snel vorige procedés. Zeefdruk verhoogde de vrijheid van de ontwerper, en liet de fabrikant toe bedrukking te testen zonder al te grote investering.

Accessoires: 1915-heden

Carré Hermès

De allereerste carré ontworpen door Hermès dateert van 1937 en ontleent zijn bedrukking aan een bordspel uit de jaren 1830. Het spel was geïnspireerd op de vurige competitie tussen twee transportbedrijven uit Parijs. De rijtuigen van de ene firma stonden bekend als ‘les Omnibus’ en die van de andere werden ‘les Dames Blanches’ genoemd. Het middenstuk van de sjaal beeldt modieuze mannen en vrouwen af, zittend rond een tafel met daarboven de woorden: ‘Een goede speler verliest nooit zijn humeur’. In 2007 herwerkte Hermès het ontwerp door de ordelijke cirkels om te vormen tot een spiraal. Een andere legendarische carré, Brides de gala uit 1957, verwijst naar de oorsprong van het modehuis als zadel- en tuigenmaker voor prestigieuze paardenstallen. De zijden sjaal beeldt een halster af, gemaakt voor de Keizer van Mexico en versierd met zeemeerminnen, dat deel uitmaakt van de collectie van Emile Hermès.

Het productieproces van een carré bestaat uit verschillende stappen. Een graveur tekent het ontwerp van de designer over in evenveel lagen als het aantal kleuren waaruit het ontwerp bestaat. Coloristen zoeken naar de juiste kleurformule en via zeefdruk worden de kleuren in verschillende lagen op de zijden stof gedrukt. Het gebruik van stoom fixeert de kleuren en de zoom van de carré wordt met de hand omgenaaid als afwerking.

Ideaal: 1940-1959

Tijdens de jaren 1940 bleven fijne Libertybloemetjes populair voor eenvoudige, korte zomerjurken. De naam Liberty is afkomstig van een winkel die in 1875 opende in Londen en opdrachtgever was van vele textielontwerpers. Op het einde van de negentiende eeuw was de stijl synoniem aan Art Nouveau. Nu verwijst de benaming naar jurken in lichte materialen die volledig bedrukt zijn met lieflijke bloemetjes. De stijl wordt sinds de jaren 1920 vaak geïmiteerd. Florale bedrukking behield ook na de Tweede Wereldoorlog zijn populariteit maar veranderde van uitstraling. De wijde rok van de New Look leende zich immers perfect voor grotere, geïsoleerde bloemen. Guirlandes en vooral boeketten met rozen sierden cocktailjurken. Christian Dior maakte de lelie tot een geliefkoosde print.

 

Foulards: 1915-heden

 

1960-2000

Een explosie van prints kenmerkte de mode van de jaren 1960. Ontwerpers leenden beelden uit Opart en Popart en vonden inspiratie in het Verre Oosten, Afrika en Zuid-Amerika. Ook de hippiecultuur liet zijn afdruk achter met psychedelische motieven, kasjmierbedrukking en pauwenveren. Powerdressing tijdens de jaren 1980 en het minimalisme van de jaren 1990 zorgden voor een terugval in het gebruik van prints. Uitzonderingen hierop waren de piratencollectie van Vivienne Westwood uit 1981, de decadente barokprints van Gianni Versace begin jaren 1990 en de ludieke bedrukkingen van Walter Van Beirendonck. Vandaag domineren prints de catwalk en het cyclische karakter van de mode zorgt ervoor dat ze terugkeren of een nieuwe interpretatie krijgen. Enerzijds kunnen we een aantal thema’s onderscheiden waar ontwerpers naar teruggrijpen. Anderzijds zien we dat ontwerpers die van prints destijds hun handelsmerk maakten, vandaag opnieuw appreciatie genieten.

 

Fashion illusions: trompe l’oeil

Door slim gebruik van prints creëren modeontwerpers een optische illusie. Een tweedimensionale stof lijkt plots diepgang te hebben. Pionier in deze surrealistische techniek was Elsa Schiaparelli, die in 1928 truien optisch van strikken en dassen voorzag. Modehuis Hermès en Maison Martin Margiela imiteerden dit effect door bedrukking. Trompe l’oeil geeft aan kleding een humoristische en verrassende toets. Het drukken van een foto op textiel kan sinds enkele jaren via een inkjetprinter. Aangezien iedere denkbare kleur kan worden omgezet in een pixel, en iedere pixel omgezet in een puntje op de stof, is er voor het textieldrukken een nieuw tijdperk aangebroken. De inkjetprinter voor textiel gebruikt een kleurenset bestaande uit magenta, geel en blauw, zwart en wit, en soms ook metaalkleuren. De ontwerper levert het dessin aan op een digitale drager. De kleuren hoeven niet vooraf gescheiden te worden. De machineoperator zet het ontwerp om in het computerprogramma dat de printer aanstuurt.

Popart

Popart deed zijn intrede als een doelbewuste commentaar op de consumptiecultuur van de naoorlogse jaren van welvaart. Popartkunstenaars als Andy Warhol en Roy Lichtenstein maakten gebruik van de herkenbare visuele taal van reclame voor consumptieartikelen, strips en sterren uit de film- en muziekwereld. Deze popartbeelden leenden zich uitstekend als bedrukking op vlakke mini-jurken en t-shirts. Ook papieren wegwerpjurken pasten perfect binnen de popartfilosofie. De Franse modeontwerper Jean Charles de Castelbajac geraakte tijdens zijn jeugd gefascineerd door Popart. Veertig jaar later haalt hij er nog steeds inspiratie uit; de voorbije seizoenen bedrukte hij zijn collecties met de Muppets, legoblokken, wolken en Felix the Cat. Ook Walter Van Beirendonck maakte kleurrijke, ludieke cartoonprints tot zijn persoonlijke stijl tijdens de door grunge gedomineerde jaren 1990.

 

Abstract/geometrisch

In het begin van de 20e eeuw lanceerde de textielafdeling van de Wiener Werkstätte innovatieve ontwerpen met zigzagbedrukking, cirkels en strepen. Ook tijdens de jaren 1960 was er een verband tussen abstracte prints en moderniteit. Strakke zwart-wit motieven op korte mini-jurken gaven vrouwen een geheel nieuwe uitstraling. In 2006 herinterpreteerde Miuccia Prada de retro motieven van het Finse modemerk Marimekko. Door grootschalige prints op A-lijn jurken te drukken, verbergt ze de natuurlijke vorm van het lichaam. Een doordacht gebruik van abstracte prints kan deze vorm echter ook versterken. Hiervan getuigen de ontwerpen van Emilio Pucci en Alexander McQueen.

In 1972 verscheen de eerste wikkeljurk van Diane Von Furstenberg. De jurk was handig in onderhoud en draagbaar in een professionele omgeving. In deze periode was het immers niet vanzelfsprekend dat vrouwen een broek droegen tijdens de werkuren. Von Furstenbergs slogan: ‘Feel like a woman, wear a dress!’ werd een geregistreerd handelsmerk en tegen 1976 verkocht ze vijf miljoen exemplaren. De eenvoudige snit van de jurk vraagt om een herkenbare en opvallende bedrukking. De wikkeljurk van DvF illustreert dan ook perfect hoe prints kleding volledig kunnen transformeren.

Markies Emilio Pucci di Barsento, opgeleid als piloot voor het Italiaanse leger, creëerde tijdens de jaren 1950 een nieuwe stijl. Zijn glamoureuze vrijetijdskleding uit lichte innovatieve materialen bedrukt met spetterende prints werd tijdens de jaren 1960 populair bij de jetset en sterren zoals Marilyn Monroe en Audrey Hepburn. Inspiratie haalde de ‘Prince of Prints’ uit Renaissance schilderijen, exotische landen en Italiaanse insignes, die hij vervolgens omtoverde tot abstracte, niet-figuratieve vormen en psychedelische draaikolken. Vanaf de jaren 1970 duiken florale motieven en pastelkleuren op in zijn collecties.

Fauna, Flora en Fruta

Of het nu gaat om bloemen, dieren of landschappen, de natuur blijft een onuitputtelijke inspiratiebron voor ontwerpers. Bloemmotieven weerspiegelen romantische idealen: waar flowerpower in de jaren 1960 weerstand moest bieden tegen de oorlog in Vietnam, vormen bloemen vandaag een vestimentair tegengif voor verstedelijking en vervuiling. Ook dierenhuiden worden geïmiteerd door middel van bedrukking. Ooit dienden deze als camouflage, maar vanaf de jaren 1960 kregen dierenprints een seksuele connotatie. Figuratieve dieren en fruitbedrukkingen geven de drager ervan een speelse uitstraling.

Hedendaagse ontwerpers dwepen nog vaak met romantische landschapstaferelen. Jean-Paul Gaultier presenteert in 2005 voor het modehuis Hermès een moderne herinterpretatie van de toile de Jouy. Mystieke landschappen duiken ook meermaals op in verschillende collecties van de Belgische Veronique Branqhuino.

De Belgische ontwerper Dries Van Noten is bekend omwille van zijn ongewone texturen, gecontroleerd gebruik van lagen en zijn door kunst geïnspireerde bedrukkingen. Hij mengt prints, kleuren en etnische referenties. Zijn passie voor tuinieren resulteert in een veelvuldig gebruik van florale bedrukkingen. De zomercollectie van 2008 was een caleidoscoop van schilderachtige bloemen, weggeplukt uit de jaren 1950, en abstract gebladerte. Door één stuk stof met verschillende prints te bedrukken, bestaat één ensemble uit vier of vijf bedrukkingen.

 

World

 

Als gevolg van de culturele revolutie in China en de onafhankelijkheid van veel Franse en Britse kolonies groeide eind jaren 1960 de interesse voor de niet-westerse wereld. Jongeren waren onder de indruk van de oosterse cultuur en religies. Ook modeontwerpers vonden inspiratie wereldwijd. Zo baseerde Emilio Pucci zijn ‘Tulipani’ print op de minaretten van moskeeën en leek het Indische kasjmiermotief in het begin van de jaren 1970 overal op te duiken. De Britse ontwerpster Zandra Rhodes knipte haar jurken volgens de bedrukking met Indiaanse veren. Het Amerikaanse continent sprak ook tot de verbeelding van Gianni Versace: hij bedrukte in de jaren 1990 een reeks hemden met Indianen en Inca’s. Afrika vormt een rijke inspiratiebron omwille van zijn exotische connotaties en specifieke druktechnieken.

Tijdens de jaren 1960 ontwierp Zandra Rhodes papieren jurken en popart bedrukkingen. De eerste collectie die ze in 1969 onder haar eigen naam produceerde, bevatte een mengeling van historische en tribale invloeden eigen aan de opkomende hippiebeweging. Tijdens de jaren 1980 en 1990 bleef ze haar fantasierijke stijl, bestaande uit vloeiende jurken versierd met kralen, lovers en veren, trouw. Zandra Rhodes bedrukt haar kleding nog steeds met zeefdruk op traditionele wijze en de print bepaalt de snit van de jurk.

 

Camouflage

Camouflagekleding brak door tijdens de jaren 1960 als statement tegen de oorlog in Vietnam. Via subculturen bereikte deze trend de jeugd en ook de catwalk, zoals in de collectie van Jean Charles de Castelbajac in 1967. In zijn huidige zomercollectie gebruikt hij opnieuw camouflagebedrukking, ditmaal in combinatie met wilde dieren. Als het van Bernhard Willhelm afhangt, camoufleren we ons vandaag ook in de stadsjungle.

Delen: